Questionmark Perception
Dec 08 2021 |
Ingelogd als : kandidaat
Lettergrootte aanpassen

Inleiding

Inleiding

Dit is het EXIN Functioneel Beheer Specialist (FBS.NL) voorbeeldexamen. Op dit examen is het Reglement voor de Examens van EXIN van toepassing.

Dit examen bestaat uit 30 meerkeuzevragen. Elke vraag heeft een aantal antwoorden, waarvan er één correct is.

Het maximaal aantal te behalen punten is 30. Elke goed beantwoorde vraag levert u 1 punt op. U hebt minimaal 20 punten nodig om te slagen.

De beschikbare tijd is 90 minuten.

Veel succes!





Copyright © EXIN Holding B.V. 2021. All rights reserved.
EXIN® is a registered trademark.

Vraag

1  van 30
Een organisatie heeft operationele informatie, besturingsinformatie en verantwoordingsinformatie nodig.

Wat voor informatie geeft verantwoordingsinformatie?

Vraag

2  van 30
Welke informatie verzamelt een functioneel beheerder in een belanghebbendenanalyse?

Vraag

3  van 30
Een functioneel beheerder moet niet alleen bepaalde kennis en vaardigheden hebben, ook bepaalde persoonlijke eigenschappen horen bij het functieprofiel. Persoonlijke eigenschappen zijn bijvoorbeeld extravert-introvert, observerend-intuïtief en gestructureerd-flexibel.

Welke uitspraak is juist in het kader van gestructureerd-flexibel als persoonlijke eigenschap voor een functioneel beheerder?

Vraag

4  van 30
Een goede functioneel beheerder moet bepaalde vaardigheden bezitten, waaronder interpersoonlijke vaardigheden.

Wat is een voorbeeld van een interpersoonlijke vaardigheid?

Vraag

5  van 30
Bij een verzekeringsbedrijf zijn een aantal functioneel beheerders in dienst die elk één informatiesysteem beheren. De functioneel beheerders hebben daardoor veel kennis van het informatiesysteem. De gebruikers zijn er erg tevreden over want ze hebben bij problemen met het informatiesysteem altijd direct contact met de functioneel beheerder die inhoudelijk specialist is.

Is dit een wenselijke situatie voor een team van functioneel beheerders als geheel?

Vraag

6  van 30
Een functioneel-beheerteam heeft drie maanden geleden de dagstart ingevoerd. In het begin waren alle teamleden enthousiast over het samen beginnen van de dag en vonden ze de dagstart nuttig. Na verloop van tijd zijn ze de dagstart steeds minder nuttig gaan vinden en daardoor duurt de dagstart steeds korter.

Het team vermoedt dat de oorzaak ligt in het feit dat ze een spelregel van de dagstart niet goed naleven.

Op welke spelregel moet dit team beter gaan letten om de dagstart weer nuttig te maken?

Vraag

7  van 30
Het 9-vlaks model van Rik Maes onderscheidt drie besturingsdomeinen.

In welk besturingsdomein zit de functioneel beheerder volgens dit model?

Vraag

8  van 30
In een organisatie wordt nagedacht over het invoeren van Scrum als aanpak om tot een meer wendbare organisatie te komen. Hierbij is de bedoeling om gebruikers, functioneel beheer en ICT zoveel mogelijk in teams te integreren en nieuwe rollen te definiëren.

Er wordt overwogen om de functioneel beheerder ook de rol van Product Owner te geven.

Is dit in de praktijk haalbaar?

Vraag

9  van 30
Een nieuwe medewerker heeft in de afgelopen weken bij een externe opleidingsorganisatie een intensieve training gevolgd om een applicatie te leren gebruiken. Deze week is zij op de afdeling gestart en heeft toch nog een vraag over het gebruik van de applicatie.

Hoe moet er met deze vraag worden omgegaan?

Vraag

10  van 30
Een kattenvoerfabriek krijgt in korte tijd veel meldingen binnen over het facturatieproces. Een groot deel van de afgehandelde meldingen gaat over het niet kunnen goedkeuren van facturen. Het autorisatieprofiel van de melders blijkt niet te voldoen. De functioneel beheerder past de autorisatieprofielen aan.

Onder welk proces vallen deze werkzaamheden?

Vraag

11  van 30
Binnen een organisatie wordt er door de eindgebruikers erg veel geklaagd over de slechte responstijden van het HR-systeem.

De leverancier (SaaS) die verantwoordelijk is voor het leveren van de diensten, geeft aan dat het probleem bij de organisatie ligt en de IT-voorziening van de organisatie niet in staat is om voldoende snelheid te leveren.

De systeembeheerders geven aan dat de oorzaak bij de leverancier ligt en dat het beeld wat er wordt geschetst niet reëel is.

Wat kan de functioneel beheerder binnen het proces Bewaken het beste doen om dit op te lossen?

Vraag

12  van 30
Een bedrijf verkoopt producten via winkels door het hele land. De directie besluit om vanaf volgend jaar de producten ook via een webshop verkocht te verkopen. Dit leidt tot een aanpassing van de informatievoorziening.

Onder welk soort triggers valt dit besluit?

Vraag

13  van 30
Functioneel beheer heeft het de laatste tijd ontzettend druk en moet daarom gaan prioriteren. Er komen meerdere triggers binnen die stuk voor stuk een ander doel hebben.

Wat moet de hoogste prioriteit hebben voor functioneel beheer?

Vraag

14  van 30
Bij de functioneel beheerder van een applicatie zijn meerdere triggers bekend, die vrijwel zeker invloed hebben op de informatievoorziening. De triggers zijn inmiddels verzameld en vertaald. Nu volgt de laatste stap van het proces: het bepalen van de prioriteit.

Waar is de prioriteit van de trigger afhankelijk van?

Vraag

15  van 30
Een organisatie geeft zijn werknemers de mogelijkheid om maximaal zes weken aanvullend geboorteverlof aan te vragen wanneer hun partner een kind krijgt. Werknemers moeten dit verlof kunnen aanvragen in het HR-portaal. Deze functionaliteit is nog niet aanwezig. Er is besloten om deze wijziging te laten realiseren.

In welk proces wordt het functioneel ontwerp vastgesteld?

Vraag

16  van 30
Een functioneel beheerder heeft een functionaliteit laten wijzigen in een informatiesysteem en controleert nu of de wijziging voldoet aan de acceptatiecriteria. De wijziging voldoet niet volledig aan de acceptatiecriteria. De bevindingen worden gedocumenteerd en verzonden naar de ontwikkelaar. Relevante belanghebbenden worden op de hoogte gebracht.

Onder welk proces vallen deze werkzaamheden?

Vraag

17  van 30
Binnen de organisatie zijn een nieuwe dienstroosterplanningsapplicatie (DRP-app) en een nieuwe manier van roosteren gelijktijdig geïmplementeerd.

Zowel de nieuwe manier van roosteren als de DRP-app roepen nogal wat vragen op bij de eindgebruikers. Ze waren niet op de hoogte van deze wijzigingen, hebben moeite met de nieuwe manier van werken en zijn dus niet blij met de gang van zaken.

Is hier binnen het proces Implementeren iets misgegaan?

Vraag

18  van 30
In een organisatie is bij de functioneel beheerders onduidelijkheid over het prioriteren van incidenten in het incident-managementproces. Men besluit een SIPOC-procesanalyse uit te voeren om duidelijkheid te krijgen.

In welke stap van de SIPOC-procesanalyse komt de prioriteitenmatrix voor?

Vraag

19  van 30
Een functioneel beheerder is altijd op zoek naar informatie om de informatievoorziening beter te laten aansluiten op de wensen van de business. Het houden van interviews geeft een goed beeld van wat er speelt in de organisatie.

Als functioneel beheerder in de rol van interviewer worden een aantal richtlijnen gehanteerd om het interview optimaal te benutten.

Wat moet worden vermeden in een goed interview?

Vraag

20  van 30
Een organisatie ontwikkelt een nieuwe applicatie voor het basisonderwijs. De leerlingen kunnen hiermee gemakkelijk zelf presentaties maken voor het digibord. Omdat scholen deze applicatie gaan betalen, wordt een aantal basisschoolleraren gevraagd naar wat zij belangrijk vinden.

Functioneel beheer begeleidt het ontwikkelteam in het bepalen van de klantvraag voor de nieuwe applicatie via een Voice of the Customer-analyse (VoC).

In welke stap worden de meetbare eigenschappen gedefinieerd?

Vraag

21  van 30
In het Kano-model worden kenmerken van een product geordend in de categorieën Basis, Prestatie, Aantrekkelijk en Onverschillig. Deze vier categorieën kunnen langs twee dimensies worden afgemeten. Hierdoor wordt duidelijk welke kenmerken van een product voor de klant het meest belangrijk zijn.

Welke twee dimensies horen bij het Kano-model?

Vraag

22  van 30
Een functioneel beheerder gebruikt een visgraatdiagram om de oorzaak van een probleem te achterhalen.

Wat doet een visgraatdiagram om dat mogelijk te maken?

Vraag

23  van 30
Bij een bouwbedrijf is het financiële proces tot in detail beschreven.

Op welke wijze kan een VSM-procesanalyse hier toch van nut zijn?

Vraag

24  van 30
Een methode om risico’s te bepalen is de Failure Mode and Effects Analysis (FMEA).

Op welke manier kunnen risico’s via deze methode worden beperkt?

Vraag

25  van 30
Binnen Lean wordt gefocust op activiteiten die Waarde (Value) toevoegen.

Welke activiteit voegt Waarde toe?

Vraag

26  van 30
Een team bij een woningcorporatie heeft problemen met de informatie-uitwisseling tussen twee interne systemen. Ze kiezen om dit aan te pakken door middel van een Kaizen-event.

In welk geval is een Kaizen-event het meest geschikt om een probleem op te lossen?

Vraag

27  van 30
Een team worstelt al een tijdje met een proces dat niet vlot verloopt, maar kan niet tot een verbetering komen. De teamleden lopen steeds vast, hebben geen idee wat het probleem eigenlijk is en weten niet goed wat ze moeten doen om het op te lossen.

Waarom is de A3-methode een goede manier om dit probleem op te lossen?

Vraag

28  van 30
Een functioneel beheerder ontvangt klachten over de beschikbare kennisitems. De klachten laten zien dat:

- de kennisitems niet actueel zijn;
- de locatie van de kennisitems lastig te bereiken is;
- de omschrijvingen van de kennisitems niet passen bij een vraag;
- er zoveel kennisitems zijn dat er door de bomen het bos niet gezien wordt.

De functioneel beheerder besluit om de 5S-methode te gebruiken om het proces voor het onderhoud van kennisitems te verbeteren.

Is de 5S-methode een goede manier om de klachten over de kennisitems op te lossen?

Vraag

29  van 30
Door inspanningen tegen opbrengsten af te zetten in een matrix is het eenvoudig om tot een goed onderbouwde prioritering te komen.



Welke taak uit de matrix zal logischerwijs als eerste worden gedaan?

Vraag

30  van 30
Een programmeur wil garanderen dat een e-mailadres correct wordt ingevoerd. Daarom wordt in het formulier gecontroleerd of er een apenstaartje (@) in het veld voorkomt en de ingevoerde tekst de indeling van een e-mailadres volgt.

Waar is dit een voorbeeld van?